Voetballers zijn druktemakers

Druk zetten op de tegenstander komen we bij veel sporten tegen. Bij basketbal zet men de man-to-man verdediging in om de druk op te voeren. Bij Volleybal vragen de coaches servicedruk om de opbouw van de tegenpartij te dwarsbomen. Tennissers voeren de druk op door balsnelheid te verhogen en de bal tegen de lijnen te spelen. Ook bij voetbal horen we de term “druk zetten” te pas en te onpas en spreekt men van pressievoetbal. Daarom is het interessant om er wat dieper op in te gaan..
In de natuurkunde wordt druk omschreven als pressie, een kracht die over een oppervlakte wordt uitgeoefend. Zo oefent een sprinter kracht uit op het startblok door het naar achteren te drukken. Van druk is ook sprake in een volume gas. Volgens de wet van Boyle is het product van druk en volume constant bij constante temperatuur ( pV= constant). De druk stijgt dus als het volume kleiner wordt en daalt als het volume groter wordt. Ruimte en druk zijn dus aan elkaar gekoppeld.
In het voetbalveld zien we ook hoge- en lagedrukgebieden ontstaan. Een beetje afhankelijk van de plaats waar de bal is of gaat komen. In het pupillenvoetbal kunnen we goed zien dat de bal als een magneet werkt. Alle voetballertjes willen hem graag hebben en er ontstaat dan “drukte” rond de bal. We noemen dat kluitjesvoetbal.
Maar ook bij topvoetbal zijn er vaak momenten van enorme drukte. Denk bijvoorbeeld aan de situatie bij een corner. Veel spelers in het strafschopgebied. Bij dierproeven is aangetoond dat als je veel dieren in een kleine ruimte stopt, dit vaak leidt tot agressief gedrag. Voor mensen geldt dat ook. Bij een hoekschop zijn er niet alleen veel spelers in een klein gebied maar ook nog eens twee ploegen met een tegengesteld belang. Een zelfde situatie zien we ook bij Basketbal. Daar is de druk in het gebied onder de basket vaak enorm omdat beide ploegen de rebound ( de afvallende bal ) willen afvangen. In Amerika spreekt men dan vaak over “a war in the ´paint” ( dit is het geverfde gebied onder de basket). Bij handbal zien we bij de cirkel soortgelijke taferelen.
Overigens zien we bij voetbal in het strafschopgebied vaak iets dergelijks. Duwen en trekken om in de juiste positie te komen. Alle reden dus om het strafschopgebied als hogedrukgebied te kwalificeren. Druk opvoeren hoort bij spelen met tegenstanders. Het geldt bijvoorbeeld ook voor schakers.
Een verdediging die aansluit richting middellijn voert de druk op. Aanvallers die na balverlies vroeg storen voeren de druk op om onderscheppingen en onzuivere passes uit te lokken.
Het is echter belangrijk om vast te stellen dat druk zetten zonder stevige basis een moeilijke zaak is. Een sprintstart zonder startblok leidt tot uitglijden. Iets voortduwen op een ijsvloer wil ook niet echt lukken. Je moet je ergens tegen af kunnen zetten.
De les voor voetbal is dan ook dat druk zetten op de tegenstander het beste lukt als je het met zijn allen doet vanuit een vaste basis, een compacte opstelling waarin de posities achter de drukgevers goed bezet zijn. Per slot van rekening kan onze harmonicaspeler ook alleen maar drukken en trekken omdat die armen vast zitten aan een stabiele romp.

Plaats een reactie

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag