Topspelers hebben een hoog voetbal-IQ

Messi, zie hem zigzaggen door verdedigingen. Ogenschijnlijk moeiteloos omzeilt hij tegenstanders, ziet hij gaten die andere spelers nog niet in de gaten hebben waar de bal naar toe moet of waar hij zelf diep kan gaan. Een wonder van creativiteit!
Iedere voetballer is trouwens een god in het diepst van zijn gedachten. Hij creëert spel. Als hij aan de bal is kan hij, op basis van de enorme hoeveelheid informatie die op hem afkomt, kiezen uit duizenden opties. Met de bal: dribbelen? Waar naar toe? Welke snelheid? Speel ik af? Breed of diep? Door de lucht of over de grond? Met welke snelheid? Maak ik een schijnbeweging? Zonder bal: waar kies ik positie? Blijf ik bij mijn man of kies ik voor diep gaan en avontuur?
Voor sommige keuzes is er tijd om te beslissen. Voor andere keuzes is die tijd er niet en moet in milliseconden als het ware op het ruggenmergniveau worden gekozen.
Continu moeten er besluiten voor acties worden genomen. Bij die besluiten worden hogere controlefuncties van de hersenen ingeschakeld. Deze executieve functies zijn gezeteld in de frontale cortex. Ze beschrijven processen die zowel denken als actie reguleren. Het gaat dan om plannen maken, probleem oplossen, creatief denken, gebruik maken van feedback en het vermogen om snel een actieplan aan te passen.
Zweedse wetenschappers ( T.Vestberg e.a. 2012) hebben bij topvoetballers onderzoek gedaan naar die executieve functies. Wat bleek? Topvoetballers scoren hoog op deze functies. Hoger dan voetballers in een lagere divisie. Ze zaten zelfs met hun scores bij de top 5% van de bevolking. Het gaat hierbij om informatie verzamelen, waarnemen, overzicht. Het gaat ook om keuzes maken op basis van je mogelijkheden. Iemand met meer technische bagage heeft een groter arsenaal aan mogelijke keuzes. Dat geldt natuurlijk ook voor een betere conditie en beter tactisch inzicht. Vertrouwen en bouwen op basis van opgedane ervaring speelt hierbij een belangrijke rol. In onbekende situaties moet er flexibel worden gereageerd. Moet er worden ingespeeld op kansen die zich voordoen. Vaak is de tijd schaars en moeten acties in milliseconden worden uitgevoerd.
Die executieve functie kunnen we als het ware omschrijven als een soort voetbalintelligentie. Topspeler hebben kennelijk een hoog voetbal-IQ. Er zijn aanwijzingen dat het voetbal-IQ ( dat overigens veel lijkt op bv. een hockey-IQ) net als een intelligentiequotiënt redelijk constant blijft in een mensenleven. Het is dus vooral een kwestie van genetische aanleg die maar mondjesmaat door training kan worden beïnvloed. Het is dus waarschijnlijk niet zo dat voetbal dit IQ substantieel verbetert.
Creativiteit en het vermogen om snel adequate beslissingen te nemen bepalen dus bovenop de techniek, de mentale/ fysieke conditie en de tactiek de kwaliteit van de voetbalprestatie.
Cruijff ( Je ziet het pas als je door hebt), Messi, Xavi, Iniesta naar ook Sneyder en Frenkie de Jong zijn dus creatieve, bliksemsnelle besluitennemers. Het lijkt dan ook zinvol om in de opleiding van jeugdvoetballers in het betaald voetbal aandacht te besteden aan het voetbal-IQ als mogelijk selectiecriterium.

Plaats een reactie

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag