Voetbal: jacht op ruimte en tijd

Big Bang! De oerknal! En toen… was er tijd en ruimte.

Voor zover we weten 13,7 miljard jaar geleden begon de tijd te lopen en begon het heelal uit te dijen. Onvoorstelbaar lang geleden en onvoorstelbaar ver weg.

Op zondagmiddag in “de Kuip” in Rotterdam merken we daar niks van. Alles ligt redelijk vast. In een ruimte van 110x 65 x dakhoogte m3 en in 2x 45 minuten gaat het daar gebeuren.

Maar in die beperking ligt meteen ook de grootste uitdaging. Onmiddellijk na de aftrap wordt de jacht op die beperkte tijd en ruimte geopend.

Spelers hebben tijd nodig om zich in de ruimte te verplaatsen en ze hebben tijd en  ruimte nodig om de bal te controleren. Meteen wordt al duidelijk dat ruimte en tijd niet los van elkaar kan worden gezien. Die vervlechting van ruimte en tijd zie je ook in onze taal. We gebruiken de woorden kort en lang  zowel voor ruimte als tijd.

Geef je een tegenspeler ruimte dan geef je hem dus tijd om de bal te controleren, vrij te lopen, na te denken en acties te verzinnen. Opdracht van de trainers is dan ook: “je moet je tegenstander kort dekken”.

Het gaat daar in “de Kuip” op zondagmiddag om beurtelings oprekken en verkleinen van tijd/ruimte.

Topsporters zijn tijd/ruimtespecialisten. Verdedigers hebben meestal meer

tijd dan aanvallers om op te bouwen. Zij moeten bij balbezit ook al denken aan balverlies. Maar ook op hen wordt in het moderne voetbal steeds meer gejaagd.

De jacht op ruimte en tijd is natuurlijk niet los te zien van de jacht op de bal want  “als je de bal niet hebt dan kan je niet scoren” luidt het axioma van Cruijff. De balbezitters jagen op meer tijd/ruimte voor acties. Hun tegenstanders jagen op de bal en doen dat door de ruimte/tijd van de balbezitters zo klein mogelijk te maken

Want als je geen tijd hebt dan ben je overgeleverd aan het moment en in het moment is er geen tijd om na te denken. Het moment is “hier en nu” maar “straks” en “daarnet” spelen ook mee. Je hoofd loopt dan om. Je mag hopen dat je lijf weet wat in een bepaalde situatie vereist wordt. Reflexen zijn dan belangrijk. Techniek en inzicht zijn dan voorwaarden en moeten ingebakken zijn door jarenlange training en talent. In het moment regeren vooral gevoel en intuïtie. Hockeycoach Mark Lammers omschrijft intuïtie als “verstand met haast”. Een prima omschrijving van de tijdsdruk bij acties in sportsituaties.

Wij toeschouwers zijn, of we willen of niet, getuige van een jachtpartij die overigens niet mag ontaarden in een slachtpartij. Wij toeschouwers zijn eigenlijk ongehonoreerde jachtopzieners. We beleven het spel mee en meebeleven kan alleen door het spel mee te spelen. We laten de jagers weten wat we van hun acties vinden. Voortdurend zien wij kansen en denken we met de spelers mee: “Nu, nu daarheen”. Alweer tijd en ruimte. Op de tribune beleven we dus net als de spelers de eenheid van ruimte en tijd. Daarom kan je rustig stellen dat ook de toeschouwer gevoel heeft voor het juiste moment.

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag